Blauw online, maar hack me niet

Ik wilde een stukje schrijven als reactie op de column van Rosanne Hertzberger, met enigszins onderbouwde argumenten om niet volledig vóór het hackvoorstel van Minister Opstelten te zijn. Ze stelde in de NRC van afgelopen weekend dat de politie moet mogen hacken om bewijsmateriaal te vinden voor bijvoorbeeld kinderpornobezit. Bits of Freedom roept volgens haar ook te snel te hard “nee, het hackvoorstel is dom!” zonder alternatieven te bieden.

Kindermisbruik en kinderporno moet worden bestreden, daar ben ik het mee eens. De politie moet online ook aanwijzingen kunnen verzamelen en nagaan, zoals ze dat offline kunnen. En Bits of Freedom roept ook hard en in de hardste uitspraken mis ik ook wel eens de nuance.

Er zijn analogieën te verzinnen om de impact van hacken door de politie te duiden en ik was in mijn hoofd al bezig met onzichtbare agenten in je huis en ogenschijnlijk normale maar stiekem geforceerde sloten. Maar volgens mij is de kracht van Rosannes punt dat de politie moet kunnen hacken om bezitters van kinderporno te pakken nogal afgezwakt door het nieuws dat er 144 verdachten zijn bezocht om gegevensdragers in beslag te nemen — zonder gehackt te zijn. De urgentie van een diepgaande reactie op de column is daarmee ook even weg. Daarom voor de lezer, en omdat ik de antwoorden ook niet zo maar heb:

  • In welke verhouding staat kinderporno tot andere ‘narigheid’ in de maatschappij?
  • Hoe sterk moet de verdenking zijn voordat de politie bij je langskomt of ingrijpt?
  • Zijn de middelen van de politie, met Team High Tech Crime en elf teams voor bestrijding kinderporno, niet sterk genoeg?
  • Wat denken we tegenwoordig van de rechtsbeginselen?

(Noot: ik sta achter het werk van Bits of Freedom en heb daarom eerder gedoneerd aan de stichting.)