Uitgevers van closed-accesstijdschriften moeten niet zeuren

Uitgevers die bang zijn voor een lagere Impact Factor moeten hand in eigen boezem steken. Zeker uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften die niet Open Access zijn, want zij helpen de afhankelijkheid van Thomson Reuters en de Journal Citation Reports® in de hand.

Thomson Reuters legt op hun website uit hoe de simpele formule achter de IF in elkaar steekt. Als je de getallen hebt, is het berekenen van de IF een invuloefening. Met de hedendaagse computerkracht is het mogelijk om op elk moment de scores van alle tijdschriften in seconden uit te rekenen. Dus is het eigenlijk onzin dat we met zijn allen zitten te wachten op De Lijst die in juni uitkomt. Maar het zijn die noodzakelijke getallen die niet zo makkelijk te verkrijgen zijn en uitgevers hebben daar zelf invloed op.

Voor citatiecijfers heb je betrouwbare referentielijsten van alle artikelen in alle tijdschriften nodig. Dat gaat al niet makkelijk; het is niet alsof je op de website van elke uitgever zomaar een lijst vindt die steeds actueel blijft. Misschien wordt de referentielijst gezien als deel van het (overgenomen) intellectueel eigendom en is men bang voor waardevermindering als de lijst openbaar is. Misschien is er geen betrouwbare lijst, omdat deze wordt gebaseerd op patroonherkenning in de tekst en redacties of uitgevers(!) juist díe citatiestijl (uit duizenden) voorschrijven die niet goed wordt herkend door de software. En dan ben je nog afhankelijk van de auteurs die de referentielijst aanleveren in het manuscript – hopelijk gebruiken de auteurs hiervoor tenminste literatuurbeheersoftware om de kans op spel- en typefouten te verkleinen.

Iedereen zou van een tijdschrift met open referentielijsten snel kunnen inzien hoevaak artikelen in het tijdschrift zelf-citaties krijgen (en dat met andere tijdschriften vergelijken, of tussen auteurs vergelijken). Ook wordt een eventuele niche snel duidelijk: de tijdschriften in een niche zullen relatief vaak naar elkaar verwijzen. Voor lezers en schrijvers ontstaat zo ook een snel overzicht van de markt in het onderwerp.

Thomson Reuters doet nog wel enige kwaliteitscontrole van een tijdschrift voordat in de lijst wordt opgenomen. Daarom kan het gebeuren dat een tijdschrift dat jaren in de JCR voorkwam opeens is verdwenen. Thomson Reuters heeft de data om die beslissing te ondersteunen, maar geeft geen antwoord op vragen over die beslissing. En dat is misschien nog wel het gekste van de hele discussie rond de Impact Factor. De wetenschap drijft op onderzoek dat repliceerbaar moet zijn, ondersteunende onderzoeksdata wordt daarom steeds vaker gedeeld en we weten dat de IF niet zaligmakend is. Maar toch vertrouwen we graag op zo’n lastig te controleren getal.

Claim uw prijs!

Beste vriend

Dit is een persoonlijke e-mail gericht aan jou. Ik ben Ben, mijn vriend Ivar en ik heb een prijs van grote waarde, en hebben vrijwillig besloten om te doneren een groot deel van grote waarde aan jou als een deel van onze eigen goede doel project om het lot van 60 onbekende geluk te verbeteren plus 25 goede vrienden. Als je ontving deze e-mail dan bent u een van de gelukkige ontvangers!

Dit is geen spam! Om te bewijzen dit is geen spam u moet €10 (= 10 EUR) betalen en vier keer komen in het Zuiderpark in Den Haag op dinsdag avond in Mei. Maar dat is niet alles, als u nu je vrienden, collega’s of familie vertelt dit bericht en zij ook 10 EUR betalen en in het Zuiderpark komen, zij zullen ook krijgen een deel van de prijs van grote waarde.
Om mee te nemen genoeg waarde naar het Zuiderpark u moet je en je vrienden inschrijven op http://cityleague.nl/nl/node/35.

Proost!

Ben en Ivar

Dag LinkedIn!

Na een mailtje “Your contact, X, has just joined LinkedIn” (met ‘X onbekend’) ben ik op zoek gegaan in mijn adresboek. Ja verrek! X, een vroegere kamerzoeker staat in Other contacts in Gmail. Eind 2008 hebben we gemaild en in de tussentijd heb ik LinkedIn een keer mijn adresboek gegeven. Ik voel me vies.

Maar ik kan mijn ooit geïmporteerde adresboek niet meer verwijderen van LinkedIn. De links die lijken te verwijzen naar pagina’s waarop dat kan (‘imported contacts’, ‘organize contacts’), sturen mij door naar de algemene ‘contacten’-pagina. Dan is er maar één andere manier.

Dag LinkedIn!

 

(Update: (met ‘X onbekend’) toegevoegd aan eerste zin, ‘contacten’ veranderd in de algemene ‘contacten’-pagina.)

Blauw online, maar hack me niet

Ik wilde een stukje schrijven als reactie op de column van Rosanne Hertzberger, met enigszins onderbouwde argumenten om niet volledig vóór het hackvoorstel van Minister Opstelten te zijn. Ze stelde in de NRC van afgelopen weekend dat de politie moet mogen hacken om bewijsmateriaal te vinden voor bijvoorbeeld kinderpornobezit. Bits of Freedom roept volgens haar ook te snel te hard “nee, het hackvoorstel is dom!” zonder alternatieven te bieden.

Kindermisbruik en kinderporno moet worden bestreden, daar ben ik het mee eens. De politie moet online ook aanwijzingen kunnen verzamelen en nagaan, zoals ze dat offline kunnen. En Bits of Freedom roept ook hard en in de hardste uitspraken mis ik ook wel eens de nuance.

Er zijn analogieën te verzinnen om de impact van hacken door de politie te duiden en ik was in mijn hoofd al bezig met onzichtbare agenten in je huis en ogenschijnlijk normale maar stiekem geforceerde sloten. Maar volgens mij is de kracht van Rosannes punt dat de politie moet kunnen hacken om bezitters van kinderporno te pakken nogal afgezwakt door het nieuws dat er 144 verdachten zijn bezocht om gegevensdragers in beslag te nemen — zonder gehackt te zijn. De urgentie van een diepgaande reactie op de column is daarmee ook even weg. Daarom voor de lezer, en omdat ik de antwoorden ook niet zo maar heb:

  • In welke verhouding staat kinderporno tot andere ‘narigheid’ in de maatschappij?
  • Hoe sterk moet de verdenking zijn voordat de politie bij je langskomt of ingrijpt?
  • Zijn de middelen van de politie, met Team High Tech Crime en elf teams voor bestrijding kinderporno, niet sterk genoeg?
  • Wat denken we tegenwoordig van de rechtsbeginselen?

(Noot: ik sta achter het werk van Bits of Freedom en heb daarom eerder gedoneerd aan de stichting.)

Bibliotheekje spelen, ehm, redden?

Wie weet bezit (of beheer) ik binnenkort een klein deel van de 700.000 boeken die het Koninklijk Instituut voor de Tropen niet kwijt kan bij andere bibliotheken en in de “prullenbak” dreigen te belanden. Frank Huysmans bracht het idee van crowdstorage via Twitter:

 

en heeft de eerste stap gezet en het KIT gemaild:

Als een van de verhuiswagens die van het KIT naar het Vredespaleis rijden die laatste paar honderd meter ook nog even willen rijden, is het ook nog eens voor mij te doen.